Donderdag 17 mei 2018. Ormos Valtou.

We slapen heerlijk op deze heel rustige plaats. Er is hier in deze baai helemaal niets, geen huizen, geen restaurants. In de hoek liggen een paar kleine vissersbootjes, maar er is er vanmorgen maar één uitgevaren. Een paar uur geleden kwam hij terug en deed ver buiten de motor al uit en ging heel dicht langs de kant, hij had een lange stok bij zich om de boot voort te bewegen. We moeten, om in deze baai te komen, ruim een half uur varen vanaf de zee, je maakt eigenlijk een grote bocht de baai in. Onderweg komen we langs een hele grote viskwekerij en daar tegenover zit een enorm breed stuk dat heel ondiep is. Daar zetten die vissers netten uit en dat is ook de reden dat ze van die kleine platte bootjes hebben. Waarschijnlijk zit er redelijk veel vis in deze baai omdat bij de kwekerij veel voer in het water wordt gegooid. En misschien heeft onze visser van vanmorgen ook wel netten vlak langs de kant. We zien aan het begin van de avond altijd redelijk grote vissen uit het water springen.

We zwemmen voor het ontbijt, de zon schijnt al behoorlijk maar zo vroeg in het seizoen is het water nog een beetje koud. We hebben er minder moeite mee dan vorig jaar, toen ik er vooral erg veel ‘last’ van had. Het is weer heerlijk na een lange winter in Italië om zo rond de boot te zwemmen.

Frans doet een paar kleine klusjes en maakt daarna een hele stellage in de kuip om de buitenboordmotor te kunnen repareren. Gisteren, toen hij de haven van Gouvia in moest om de Griekse papieren te laten stempelen, deed de motor het niet en moest hij roeien. Als hij nu in de boot springt om het motortje er af te halen, probeert hij eerst even of hij het echt niet doet. En jawel hoor, bij de eerste poging springt de motor direct aan. We maken de boot snel los en hij maakt helemaal blij een grote ronde door de baai. De medezeilers van vannacht zijn allemaal uitgevaren, op een Nederlandse boot na die 100 meter verder ligt. Zij zijn daarnet naar de kant gevaren en dus niet aan boord. Frans kan dus lekker lawaai maken met de motor, hoewel dat eigenlijk best meevalt.

Morgen gaan we verder, we hoeven maar 22 mijl te varen, dus we hoeven niet al te vroeg weg. En er is tijd genoeg om ergens anders naar toe te gaan als we geen goede ankerplek kunnen vinden.