Donderdag 7 juni 2018. Van Voufalo naar Khalkis en verder……

We zijn lekker vroeg vanochtend en ontbijten nog in de prachtige baai waar we gisteren zijn aangekomen. Er liggen nog een paar andere boten, maar er lijkt nog niemand wakker. We vertrekken om kwart voor acht en als we het anker op hebben gehaald kunnen we direct het zeil hijsen. Het is nog even spannend waar de wind vandaan komt, want we zien op de windmeter een andere richting dan de voorspelling aangeeft. Maar veel kan je er niet van zeggen als je in een kleine afgesloten baai ligt met vrij hoge bergen er omheen. En we moeten eerst een eind in de richting van de uitgang en dan langs een eilandje om uiteindelijk op het brede water te komen. Wat we vreesden is ook zo. Onze vaarrichting is recht tegen de wind in. Het is prachtig weer en we hebben de tijd, dus we besluiten op te gaan kruisen en doen de motor uit. Heerlijk is het om echt zo’n paar uur te zeilen en geen motorgeronk om je heen te hebben. Er passeren 2 vrachtboten op een redelijke afstand en 2 zeilboten hebben kennelijk geen zin om te zeilen, zij varen ons op de motor voorbij. We varen op een breed stuk water met aan beide kanten land, links van ons is het vaste land van Griekenland en rechts het eiland Evia. We zien op de computer dat bij een smalle oversteek een pont heen en weer vaart. Of eigenlijk zijn het er drie en we hebben de indruk dat ze maar kort aan de kade liggen en dan weer terug gaan. Maar wij zijn aan het zeilen en ook nog opkruisen, waardoor het moeilijk is in te schatten wanneer wij een varende pont zullen tegenkomen. En natuurlijk gebeurt hetgeen we voorspellen: een pont komt op ons af en als hij nog een kwartier varen van ons af is zien dat we elkaar zullen kruisen op 100 meter afstand. Nou dat is te doen, maar naarmate de minuten verstrijken wordt de afstand waarbij we elkaar passeren steeds kleiner. Frans roept de veerpont op, maar niemand reageert. We denken dan altijd dat ze geen Engels verstaan. Als we nog 2 minuten van elkaar af zijn gooien we het roer om en met klapperende zeilen veranderen we de richting zodat we er niet op knallen. Het is het recht van de sterkste, wij hebben voorrang maar verliezen als het op een botsing aankomt. Ik kan het niet laten om in de marifoon te schreeuwen, dat hij ons had kunnen antwoorden, maar ik vrees dat het weinig zin heeft.

We zeilen verder tot de monding van het smalle gedeelte tussen vaste land en eiland. We zetten de motor aan, zeilen gaan naar beneden, want het is hier smal en erg ondiep aan de kanten. Opkruisen zou lastig zijn. We passeren een hele hoge brug waar we gemakkelijk onderdoor kunnen. Een klein stukje verder is een hele lage brug en die gaat voor de pleziervaart alleen ‘s nachts open. We ankeren er vlak voor, er liggen nog 2 zeilboten. Frans gaat met de bijboot naar de overkant om te vragen of we er vannacht door kunnen en om te betalen. We zullen vanaf 21.30 uur klaar moeten zijn om de brug te passeren. Eerst komt er een groot vrachtschip en daarna zullen we opgeroepen worden. Er liggen 4 zeilboten aan de overkant van ons aan de kade en met ons 2 boten hier voor anker. Allemaal gaan we vanavond verder. We kijken nog of we aan de andere kant direct ergens gaan ankeren of de nacht door gaan varen. Morgen verslag!