Zondag 13 januari 2019. Porto dell’Etna, Riposto op Sicilië.

We hebben gisteravond besloten om lekker uit te slapen, daarom zijn we later dan normaal vandaag, het is koud als we op de steiger lopen. De zon schijnt volop en er veel reuring in de haven. De horde zondagswandelaars is al even geleden op gang gekomen. Op onze steiger staan een heleboel mensen bij een grote zeilboot en een aantal zit al in de kuip met dikke winterjassen aan. Er ligt een camera op het dek en de geluidsman zit klaar om te starten. We lopen door naar de douche en Frans ziet ze later uitvaren. Als ik terugloop is de boot aan de andere kant van de grote kade in de niet-gebruikte haven gaan liggen om opnames te maken. We zien ze later terugkomen met zoveel mensen aan boord, dat de meesten in de kuip moeten staan en een paar op het dek omdat er geen plaats meer is. We zijn dan altijd zo benieuwd waar dat nu allemaal voor is, helaas is er niemand die ons dat uitlegt. Misschien komen we er later nog achter als de Italianen ons vertellen wat de reden was voor al die drukte op onze steiger.

Er komt een dikke zwarte rookpluim uit de Etna, er gebeurt daar boven van alles lijkt het wel. Het wisselt vanochtend elk half uur, als we even niet kijken is het daarna weer een smetteloos witte rookkolom die opstijgt. Zodra het donker is kunnen we geen vuur of zo zien. Het lijkt dus niet op een echte uitbarsting maar het rommelt nog steeds daarboven.

Het blijft de hele dag behoorlijk koud en gezien onze gezondheidsproblemen en restverschijnselen van de griep besluiten we niet naar buiten te gaan. Er is beslist veel minder wind dan gisteren, die het erg koud maakte. Maar de temperatuur is wel lager en daardoor voelt het niet aangenaam aan. Als we op het nieuws zien hoeveel sneeuw er overal valt in Europa, zelfs in Griekenland, dan krijgen wij ook een staartje van deze koude mee.