Dinsdag 5 februari 2019. Porto dell’Etna, Riposto op Sicilië.

We gaan de nacht in met onrustig weer, het regende de hele avond en er was een sterke wind. De boot rolde heen en weer en schoof soms anderhalve meter naar de steiger toe en er weer vanaf. Om 2 uur zijn we beiden wakker, er is veel lawaai en de boot beweegt nog steeds behoorlijk. Alle lijnen zitten goed vast en we kunnen er toch niets aan doen, we besluiten om maar weer te gaan slapen. Plotseling horen we een knal en Frans springt uit bed om te gaan kijken, het regent hard. Ik blijf binnen en kan niet echt goed zien wat hij doet. Het blijkt dat er een laid mooring is geknapt, dat zijn de 2 lijnen die vanuit betonblokken in het midden van de haven de boot van de steiger afhouden. De lijn is helemaal door en nu hangen we nog maar aan 1 lijn aan de achterkant van de boot. Gelukkig zijn de twee plaatsen aan beide kanten van ons niet bezet, daar hangen dus nog lijnen voor eventuele boten. Frans legt zo’n nieuwe lijn om de lier en trekt alles goed aan, hij komt drijfnat weer binnen. Gelukkig niets gebeurd verder, we slapen de rest van de nacht ondanks alle geluiden het het bewegen van de boot.

Deze hele dag blijft het zulk slecht weer, de wind is krachtig en het regent. Als we tussen 2 buien door gaan douchen zien we dat het water heel hoog boven de kademuur, die rond de haven staat ter bescherming, uit spat. Er zijn dus hoge golven op zee en wij merken het in de haven door de sterke deining die er is. Het is niet alleen het bewegen van de boot dat onaangenaam is, maar vooral de harde rukken die je voelt . Gelukkig ligt de voorkant ver genoeg van de steiger en zit er nog een stootwil tegen, zodat we de houten rand niet zullen raken.

Er is verder helemaal niets aan deze dag, ik blijf de hele dag binnen, het lokt beslist niet om de kade op te lopen. Frans gaat maar wat klussen in de schuur en wacht aan het eind van de middag op George, die met de camper terug komt. Ze komen samen met de auto weer terug naar de haven.

Maandag 4 februari 2019. Porto dell’Etna, Riposto op Sicilië.

We hebben gelukkig niet vaak een dag zoals vandaag: het regent de hele dag. Vannacht heeft het een paar uur geregend, als we opstaan is het droog, maar alles is nog drijfnat van de nachtelijke buien. Als we aan het ontbijt zitten begint het te regenen, door de handdoeken binnen halen ben ik al nat. En dat blijft de hele ochtend zo. Ik heb een koffieafspraak met de Nieuw-Zeelandse dame, die tijdelijk op een boot woont, waarvan de eigenaar een paar maanden weg is. Haar man en zij passen tijdelijk op de hond. We zijn maar met z’n tweeën omdat de rest van de dames weg is, op reis of naar het thuisland. Na afloop lopen we samen langs de supermarkt en groentewinkel en zijn ondanks onze paraplu’s een beetje nat. Tussen de middag is het precies een half uur droog. Frans werkt in de garage vandaag, hij heeft nog steeds de sleutel van de auto van George en dat is maar goed ook, want nu kan hij droog heen en weer rijden. Door een fietstocht van 10 minuten was hij zeker drijfnat geworden. Aan het eind van de middag loop ik nog terug de kade op om brood te halen. Ik schrijf nu wel ‘lopen’, maar het is meer ’springen’. Er ligt op het parkeerterrein van de haven zo ongelofelijk veel water, dat ik een eind om moet lopen om bij de uitgang te komen. Op de kade liggen overal ook vijvers van water, afvoerputten doen het al lang niet meer hier. Je moet nog oppassen dat er niet een auto passeert, terwijl er naast het trottoir een enorme plas ligt, want dan word je ‘gedoucht’. De winkels zijn nog open, maar ik ben onderweg niemand tegen gekomen, ze kunnen net zo goed sluiten. Als ik dit typ is het 20 uur en het regent nog steeds enorm hard. Er is inmiddels een dikke onweersbui bij gekomen met fikse donder en grote lichtflitsen. Het weerbericht zegt, dat het allemaal nog 36 uur hetzelfde blijft, het wordt dus binnen zitten. Het is bijna onvoorstelbaar dat we gisteren in de zon in een dorpje wandelden en na afloop op een zonnig terras zaten.