Donderdag 21 februari 2019. Porto dell’Etna, Riposto op Sicilië.

Frans gaat vandaag met George een boot terug varen van Catania naar Riposto, ik ga mee om de auto weer terug te rijden. We halen eerst Pino op, die een werf heeft midden in Riposto, hij gaat mee om eventuele technische storingen op te lossen. Natuurlijk staat die niet voor de deur klaar op de afgesproken tijd maar het duurt even voor hij ook in de auto stapt. We vragen ons ondertussen af hoe hij met een kraan en oplegger de boten op zijn terrein krijgt, er staan een aantal redelijk grote motorboten. Onderweg moeten we nog een paar jerrycans diesel vullen, maar bij de pomp die George heeft uitgekozen is ‘even’ geen elektriciteit. De bediende zegt dat het 5 minuten duurt, maar George heeft er een hard hoofd in en we rijden door. Op de snelweg komen we voor Catania in een enorme file, die achteraf alleen door de tolpoortjes veroorzaakt wordt. Pino moet nog even iets afgeven bij een metaalbedrijf, dat in een heel andere wijk is dan waar de haven aan grenst, we kriskrassen dus nog even door de stad die megadruk is zo ‘s morgens vroeg. George moet ook nog heel ergens anders iets ophalen en zo rijden we 2 uur na vertrek uit Riposto in de haven van Catania. Onder normale omstandigheden en zonder al die boodschappen zouden we daar 40 minuten over doen. Het is echt Italiaans, ze plannen ergens op een bepaalde tijd te zijn en dan wordt het uiteindelijk veel later.

De boot ligt al aan de kade in het water, de mannen tanken eerst de diesel in de boot en checken de motor. Gelukkig doet die het direct en na nog wat controles varen ze uit. Er komt net een enorme ferry de haven in, gelukkig is de havenkom heel groot maar George stuurt toch maar even flink langs de kant. Als ze dichtbij de ferry zijn, kan je van de kant af zien dat de kapitein van zo’n enorme boot echt dat kleine zeilbootje daar beneden niet kan zien als ze dicht bij elkaar zijn.

Ik ga met de auto terug en heb gelukkig onze oude TomTom mee om de weg naar de snelweg dwars door de stad heen weer te vinden. Alleen is het navigatieapparaat niet meer geüpdatet en blijken er onderweg verschillende straten éénrichtingsverkeer geworden. Daarom wordt het nu helemaal zigzaggen door de stad, maar het gaat prima, veel geleerd van het autorijden van George. Elkaar wat gunnen, iemand er even tussen laten, ritsen en voorrang verlenen waar het moet: daar hebben ze hier op Sicilië nog nooit van gehoord. Iedereen rijdt door elkaar, ze zitten constant in de verkeerde baan en rijden met enorme snelheid. Als het even wat breder is rijden ze ineens met 3 auto’s naast elkaar, maar de breedte is voor sommige automobilisten aanleiding om zomaar de auto neer te zetten en even te parkeren, soms wel driedubbel dik. En om toch ook verder te komen moet je je er tussen wringen, nou daar ben ik nog niet zo goed in, maar het wordt al beter.

Omdat ik met de auto ben ga ik even langs het grote winkelcentrum om een paar zware dingen in te slaan. Als ik, terug in de haven, de auto parkeer, komt Donatella aanlopen op weg naar de mannen, die net zijn binnen gevaren. Dat komt mooi uit, kunnen we nog helpen met de lijnen aanpakken.