Vrijdag 1 maart 2019. Porto dell’Etna, Riposto op Sicilië.

We zijn op tijd op vandaag, het belooft weer een heerlijke zonnige dag te worden. Frans loopt de hele winter in zijn korte broek naar de douche, maar dan wel met een fleece-jack aan. Vandaag wil hij alleen in een T-shirt en korte broek, maar het waait een klein beetje en het is nog vroeg dus niet zo warm en daarom toch maar een jack aan. Als we van de steiger af zijn en naar het douchegebouw lopen vindt hij dat het toch wel had gekund om zonder ‘die dikke kleren’ te lopen. Tja, we zitten misschien een beetje in de overgang van winter naar voorjaar alhoewel de voorspelling voor morgen niet zo goed is. Als die uitkomt krijgen we nog een dag regen en een beetje wind, we zullen zien want soms gaat het toch weer allemaal anders dan waar we op voorbereid zijn.

Ik ga op de fiets naar Giarre en drink op een terrasje vlak bij de supermarkt koffie, ik was het niet van plan, maar het ziet daar heerlijk uit en bijna alle tafeltjes zijn bezet. Het is toch echt even genieten zo en je krijgt er zomer-gevoel van. Als ik terug rijd kom ik over een stukje weg dat ze vorige week opnieuw aan het asfalteren waren. De straat is op dat stuk enorm slecht en nu hebben ze maar weer 25 meter gedaan en ook nog maar 1 helft van de weg. Dit is eigenlijk nog een lang stuk vergeleken bij de lappendeken die ze er meestal van maken. Als ik er overheen fiets zie ik dat ze alle regenputten dicht hebben gesmeerd met asfalt. Nu regent het hier wel niet zo veel als in Nederland maar als het regent is het ook meteen een enorme stortbui en staat alles blank. Vooral door het hoogteverschil zakt alles naar het laagste punt en daar zitten uiteraard vaak die putten, op dit stukje zijn die nu dus dicht. Het is een heel aparte manier van werken en een cultuur, die ver af staat van de onze. Iedereen kan bedenken, dat er problemen komen. Een stukje verder staat bijna midden op de weg een auto stil, de motor loopt nog. Tien meter er voor staan twee mensen te praten. De chauffeur zag kennelijk een bekende op het trottoir. Er is niemand die toetert als ie voorbij rijdt, want ze doen het allemaal zo. Soms blijven 2 chauffeurs die elkaar zien aankomen en even wat moeten praten, gewoon midden op de weg staan en draaien het raampje open om te kunnen kletsen. Ik fiets nog even langs de garage waar Frans is en van verre is te zien dat er een ambulance staat tegen de rijrichting in en dubbel geparkeerd met de blauwe zwaailichten aan. Je denkt dat er iets gebeurd is, maar de ambulancebroeders zijn gewoon even vis aan het kopen. Ik fiets verder en net als ik het Frans vertel, horen we de ambulance met loeiende sirene wegrijden, zo gaat dat hier. Als we er met Italianen over praten zeggen ze allemaal, dat die cultuur op Sicilië wel heel erg is en in het noorden toch heel anders.