Zaterdag 20 april 2019. Porto dell’Etna, Riposto op Sicilië.

George en Donatella gaan naar een winkel in Giarre waar ik ook een boodschap moet doen. Zo kan ik lekker met hen meerijden en hoef ik niet te fietsen. Daarbij weet ik niet precies waar de winkel is. Als we de auto geparkeerd hebben en een andere straat inlopen komt het me ineens wel heel erg bekend voor. Een stukje verder is de straat waar ik fiets als ik naar de grote supermarkt in Giarre ga. Tja, blijk ik er dus minstens 3 keer in de week in de buurt te zijn, dat weten we dan ook weer. Als ik er echt langs zou fietsen is de kans groot dat ik de winkel niet herkend zou hebben, want de straat met de grote Etna-blokken is na de winter weer een stuk gevaarlijker geworden dan dat hij al was. Er zitten op sommige plaatsen grote gaten in, ze hebben vorige maand stukken opgebroken om leidingen te repareren, en her en der is de boel nog weer verder verzakt. De putdeksels die soms veel dieper liggen dan de straat dragen ook niet aan het fietscomfort en de veiligheid bij.

Ik moet daarom altijd zo opletten, dat ik helemaal niet zie welke winkels er zijn. Als we soms naar het station lopen zie ik ineens dingen die ik fietsend nog nooit gezien heb. Maar ik ben wel altijd heel blij, dat ik ‘overal’ kan komen met de fiets en niet afhankelijk ben van anderen om met de auto te gaan. Het is af en toe wel heel gemakkelijk maar toch beter om zelfstandig te zijn. George heeft al vaak gezegd, dat ik altijd met de auto mag gaan, maar een paar dagen geleden is hij gestrand met een kapotte startmotor. Gelukkig was hij hier in de haven op het parkeerterrein vlak bij de slagboom en kon nog net voor de helling naar de kade de auto laten staan. Een dag ervoor ben ik met de trein naar Catania geweest en zei hij later, dat ik beter met de auto kon reizen. Na zijn pech zei ik hem dat er mij misschien midden in Catania iets was overkomen of op de snelweg of zo, moet er niet aan denken!