Zondag 28 april 2019. Porto dell’Etna, Riposto op Sicilië.

Het is prachtig weer vandaag en al vanaf het moment dat we opstaan. Het is de afgelopen weken bijna nooit zo helder geweest als vandaag, de Etna ziet er een beetje ’kaal’ uit zo zonder sneeuw. Frans ontdekt met de verrekijker dat er op een paar plaatsen nog wel sneeuw ligt, maar het is helemaal grijs door het door het stof dat de Etna uitspuwt. We besluiten om gebruik te maken van dit heerlijke weer en een wandeling te maken. We gaan eerst richting het noorden om aan het strand te kijken. Het eerste stuk lopen we over de ‘boulevard’ waar het vreselijk druk is. De winkels zijn op zondag tot 13 uur open en het lijkt wel of iedereen met de auto boodschappen gaat doen. Er is zelfs file, wij hebben daar lopend geen last van. Als we bij het strand komen zien we al mensen met parasols en handdoeken lekker liggend in de zon. Er zijn nog geen mensen aan het zwemmen, maar het begint toch al aardig op een zomerse dag te lijken, behalve dat het dan héél erg warm is. Nu is het een aangename temperatuur en zeker om te lopen. We gaan vanaf het strand een stuk in de richting van Giarre en lopen met een grote boog om Riposto heen. Het is af en toe moeilijk om de weg te vinden want heel veel wegen lopen dood. Aan beide kanten van Riposto staan grote huizenblokken, vaak 3 hoog, die allemaal aan doodlopende straten liggen. Het is niet zoals we veel gewend zijn, dat als je een bepaalde richting op wil, dat je dan rechts- of links af gaat, want dan kan je soms na een paar honderd meter niet verder. Omdat we in Giarre waren, zijn we over de spoorwegovergang gegaan en moeten daarom weer naar de ander kant van het spoor. Er zijn maar een paar tunneltjes en die moet je weten. We lopen een paar keer verkeerd en komen steeds verder van Riposto. Uiteindelijk vind Frans een paadje door een oude boomgaard (de fruitbomen zijn allemaal dood, er is een weelde aan prachtige bloemen en heel veel bijen), dat richting de zee loopt. We weten alleen niet waar het uitkomt en inderdaad staat er een enorm hek. Met een klimpartij en een grote sprong komen we op een weg. Frans probeert op de telefoon nog uit te vinden of we links of rechts moeten, maar uiteindelijk gokken we maar. Een stuk verder zou een zijweg verder naar beneden moeten zijn, maar die blijkt afgesloten. Uiteindelijk lukt het toch en komen we weer terug in de haven, we hebben 14 kilometer gelopen en zijn behoorlijk warm van het lopen in de brandende zon, maar het was een heerlijke tocht. Heel opmerkelijk is de heerlijke geur, die op het eiland hangt. Natuurlijk is alles fris in bloei maar het wordt vooral veroorzaakt door de bloesem van de sinaasappelbomen.

sinaasappelbloesem


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *