Dinsdag 30 april 2019. Porto dell’Etna, Riposto op Sicilië.

Frans is weer druk in de weer vandaag, de bijboot van de grote catamaran ligt nog in de garage en die moet vandaag terug in het water en naar de boot. Hij heeft de hele winter binnen gelegen en is daarom een beetje opslagplaats geworden voor allerlei dingen waar ze geen plekje voor konden vinden. Dus vóór hij op de trailer, en uit de garage kan, moet er eerst opgeruimd worden. Tussendoor worden nog allerlei andere dingen gedaan en dan komt er iemand bij de haven met een kleine kraan op een vrachtwagen, die de boot in het water zal tillen. Er is hier geen hellingbaan, zodat George hem met eigen auto in het water kan laten zakken, lastig is dat.

Opeens hoor ik iets buiten en ga kijken, maar zie niets, terwijl ik toch heel duidelijk een bliepje van de telefoon hoorde. Als ik weer naar binnen wil gaan zie ik ineens bij de steiger tussen onze boot en de buurboot een rubberboot met George en Frans erin. Ze hebben de bijboot van George opgehaald, die nog bij de grote catamaran lag, Donatella heeft die gebruikt om aan boord te komen. De cat ligt zo ver van de steiger dat er een lange dunne plank tussen de boot en de steiger ligt waar zij niet overheen durfde. Ik heb dat ook twee keer gedaan, inderdaad is de plank smal en door de deining bewegen de steiger en de boot, niet fijn om daar overheen te moeten. Er zit geen motor op de bijboot van George, dus de heren hebben heerlijk een stuk moeten peddelen, roeien lukte niet omdat de peddels niet vastgezet kunnen worden.

Frans gaat morgen de boot van een mede-overwinteraar wegbrengen naar de werf van Porto-Palo, in het zuiden van Sicilië. De vrouw van de eigenaar is al terug naar Engeland, en Frans heeft aangeboden om mee te zeilen naar de werf. Omdat er een nacht in deze trip zit is het niet prettig om dat alleen te doen. De eigenaar had eerst het plan om halverwege voor anker te gaan voor de nacht, maar Frans vaart graag mee op zo’n trip en doorvaren is natuurlijk veel gemakkelijker.

Vandaag ben ik nog een keer naar de supermarkt gefietst om boodschappen te doen voor het avondeten van de heren. Het is fijn om voor de nacht doorvaren en wachtlopen een warme maaltijd te hebben. En zeker als ze gaan zeilen is het best lastig om de pannen op het vuur te houden, daarom kook ik vandaag bakjes eten voor de trip. En hierdoor heb ik weer fijn een fietstocht naar Giarre, hoewel dat vandaag niet meevalt, tot drie keer toe gaat er bijna een auto over me heen: ze slaan zomaar rechtsaf zonder te kijken of richting aan te geven en hier vlakbij rijdt een auto ineens achteruit als de bestuurder ziet dat iemand in een geparkeerde auto stapt. Het is daar zo smal, dat ik achter de auto fietsend plotseling een bumper in vliegende vaart op me af zie komen. De bijrijder zwaait wat naar me, de bestuurder kijkt niet eens als ik roepend langs rijd. Ze hebben hier een heel bijzondere rijstijl, daar zullen we in de auto, maar zeker op de fiets, nooit aan wennen.