Vrijdag 3 mei 2019. Porto dell’Etna, Riposto op Sicilië.

Frans was gisteravond zo moe dat hij een paar uur eerder dan gewoonlijk naar bed is gegaan. Het is een heerlijke trip geweest, maar de nacht was kort en Pete en hij hebben hard moeten werken om de boot klaar te maken voor een jaar op de kant. Alles is goed gegaan en ze hebben enorm genoten, het hoogtepunt was natuurlijk de groep dolfijnen die in de nacht zo lang met hun mee is gezwommen. Pete vertelt vandaag hoe hij er in het donker achter kwam dat de dolfijnen er waren: zijn dieptemeter gaf een alarmsignaal dat de diepte nog maar 2 meter was en even later slechts 6 meter. Dat kon helemaal niet omdat ze midden op zee waren met een diepte van meer dan 1000 meter, toen hij naar voren liep bleken het dolfijnen te zijn die onder de boot door zwommen. Beiden hebben ze er erg van genoten maar voor Pete was het een fantastische herinnering aan deze laatste trip met zijn boot.

Als we naar de douche lopen is het fris, we ontbijten buiten, maar het lijkt steeds frisser te worden. Ik ga op de fiets naar Giarre, als ik nog geen 100 meter onderweg ben voel ik regen. Het zijn niet meer dan 10 spatten en dat blijft zo tot bijna bij de supermarkt. Na het boodschappen doen fiets ik naar het koffietentje en dan is het echt aan het gieten. Ik baal een beetje en heb spijt dat ik onderweg ben gegaan. Achter mijn kop koffie check ik alle weersites, die ik maar kan vinden en zie dat het de hele ochtend blijft regenen. Als ik weer op de fiets zit is het nog steeds aan het regenen, maar voor dat ik de grote winkelstraat in draai is het bijna droog. Dan realiseer ik me, dat het in die straat, met de grote Etna-blokken als bestrating, spekglad is en omdat het net nog regende is het overal nat. Ik besluit naar beneden te lopen, maar mijn schoenzolen glijden uit op de natte stoep, die ook van Etna-stenen is. Natuurlijk gaan ook de spoorbomen net dicht en probeer ik om te lopen via het tunneltje, het korte stukje naar beneden is zo steil, dat ik bijna met fiets en rugzak onderuit ga. Dus terug en wachten bij de spoorwegovergang. Ik schreef het vast al eerder: de bomen gaan dicht en dan is de trein waarschijnlijk nog 25 kilometer van het station af, want ook nu wacht ik 20 minuten. Ondertussen zie je alle auto’s via het tunneltje omrijden en de voetgangers steken gewoon de rails over. Wij zijn ook wel eens tussen de spoorbomen door gelopen, maar met de fiets is dat lastiger en durf ik het niet, er zit niets anders op dan wachten.

Tussen de middag lunchen we wel buiten, maar al snel daarna begint het weer te regenen. Het wordt echt te koud om buiten te zitten, hoewel ik het wel een paar keer probeer en steeds mijn spullen van de tafel binnen naar buiten breng weer terug. Hopen dat we het morgen beter treffen en weer wat zon krijgen.