Dinsdag 7 mei 2019. Porto dell’Etna, Riposto op Sicilië.

We staan om 5 uur op vandaag, Frans gaat samen met George zijn boot naar Catania varen. Hij wordt uit het water getild op de werf om schoongemaakt te worden. Ze zullen daar ook nieuwe antifouling aanbrengen zodat er hopelijk straks niet zo veel aangroei is. Wij zijn de afgelopen jaren twee keer in Crotone, op weg naar Griekenland, op een werf uit het water gegaan. Maar de laatste keer werd gezegd, dat we best een jaar over konden slaan of op de terugweg naar Sicilië langs konden komen. Nu we niet naar Griekenland varen moeten we straks in helder water maar eens kijken hoe erg het is met de aangroei en beslissen of we misschien na de zomer naar Crotone gaan. Het is daar een hele fijne werf, en wat Frans heel belangrijk vindt: hij mag zelf ook aan de boot werken als hij daar op het terrein staat. Dat mag lang niet overal, bij de werf hier in de haven mag je er beslist niets zelf aan doen en in Ragusa, waar we eind september lagen mag je als eigenaar zelfs niet het terrein op om naar je boot te kijken.

Frans en George vertrekken om zes uur en vragen in de loop van de ochtend of ik ze om half 1 met de auto op wil halen in de haven van Catania. Ze komen om half elf aan, en dan heeft George een afspraak met een klant, wiens boot de hele winter op de werf heeft gelegen en waar George van alles voor heeft geregeld. Ik vertrek op tijd en wat ik al verwachtte: het is super druk. Naar de snelweg gaat prima en door de tolpoortjes dit keer ook. Vorige keer was ik met de grote en hoge auto te ver van de automaat gestopt en kon ik er net niet bij en ook de deur kon niet open. Achter je toeteren ze dan direct, ook al zien ze wat er aan de hand is, 10 seconden wachten is een lange tijd vinden ze hier. Voor ik van de snelweg af moet zijn er werkzaamheden aangegeven en worden we allemaal naar de linker baan gedirigeerd. Het is nog een heel eind rijden naar de afrit, maar door een bocht kan ik niet zien waar de werkzaamheden zijn. En jawel hoor, precies waar ik er af moet beginnen de werkzaamheden en komt er een hele stroom auto’s de snelweg oprijden, zodat ik niet snel nog naar rechts kan om uit te voegen. Dat is lastig in Italië want er zijn weinig afritten, ze liggen ver uit elkaar. De snelweg loopt aan de noordkant van Catania en ik kom steeds hoger de berg op. Als ik uiteindelijk bij de volgende afslag kom ben ik al voorbij de stad en moet ik proberen weer terug naar het centrum en de havens te komen. De weg slingert behoorlijk en zodra het wat breder is rijden ze als gekken. Soms moet ik heel tijdig naar de andere baan, omdat ik zie dat ik ergens af moet slaan. Er zijn weinig richting borden, heel soms zie ik, als ik een stuk verder naar beneden ben, de zee in de verte dan weet ik dat ik in de goede richting ga. Uiteindelijk kom ik vlak bij de haven uit, maar het is het tweede gedeelte waar alle grote ferry’s aanleggen. Bij de ingang staat douane en mag je niet zomaar het haventerrein oprijden. Ik moet buitenom langs het hek en helemaal terug naar het eerste stuk van de haven en er is dikke file. Uiteindelijk kom ik 20 minuten later dan afgesproken, maar de mannen vinden het al geweldig dat ik het gevonden heb. Ik heb er bijna 2 uur over gedaan en we zijn in 40 minuten weer terug in Riposto.

Dit verslag is voor een paar dagen de laatste post uit Riposto, ik ga naar Nederland op familiebezoek. Volgende week dinsdag 14 mei schrijf ik weer vanuit Riposto.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *