Maandag 10 juni 2019. In de baai bij Taormina.

We beginnen de dag met zwemmen maar, zeker nu de zon nog niet vol schijnt, is het bere-koud. Dat vind ik tenminste, Frans heeft er minder last van. Hij is gisteren gestart met het schoonmaken van de waterlijn van de boot, op sommige stukken zit gewoon mos op de scheiding tussen water en lucht. We hebben sterk de indruk dat het vooral de laatste maand erg is aangegroeid. We liggen in de winter aan het eind van de steiger en tegenover ons is een brug op de kade, waar zoet water uit komt, dat ook langs de boot stroomt. Je hebt meer aangroei als je alleen op zout water ligt en wij hebben door dat zoete water toch minder aangroei, ook al liggen we natuurlijk ook gewoon in zeewater. De laatste maand zijn we verplaatst naar een box aan het begin van de steiger en hebben we geen voordeel meer gehad van het zoete water, én natuurlijk is de maand Mei warmer en is er meer zon zodat het aangroeiproces flink gestimuleerd wordt. Ook is het inmiddels een jaar geleden dat we uit het water zijn geweest, dat was in Crotone aan het begin van de zomer, voor we naar Griekenland gingen. Het jaar daarvoor zijn we in precies dezelfde week geweest, afgelopen jaar zei de eigenaar van de werf dat we best een half jaar over konden slaan want de boot was nog behoorlijk schoon. We dachten toen dat we weer naar Griekenland zouden gaan deze zomer en de op de terugweg langs Crotone om de boot te poetsen. Nu is het anders gelopen en hebben we eigenlijk een beetje spijt dat we niet in Catania de boot hebben laten poetsen. De onderkant van de boot valt nog erg mee en de schroef is door de duiker al een stuk schoon gemaakt, de waterlijn is een groene mos-band.

Donatella en ik gaan nog een keer met de dame van het grote motorjacht naar de kant om een paar boodschappen te doen. We rijden richting het zuiden, dat is de weg die we ook vanuit Riposto naar hier rijden en we gaan eerst naar de groentehal. Het staat er natuurlijk vol auto’s en de winkel is aan de andere kant van de weg, de dames springen uit de auto en ik zeg dat ik omkeer en terug kom. Het is natuurlijk superdruk en waar kan ik dan inrijden om te keren? Ik bedenk, dat ondanks de drukte ik eerst maar naar links een zijweg of oprit in ga en altijd achteruit de weg weer op kan rijden bij het keren. Als ik rechts afsla weet ik niet of ik ergens kan keren. Voor mijn gevoel rijd ik zeker een kilometer verder dan de groentehal, maar later blijkt het wel mee te vallen. Ik kom gekeerd weer keurig op de weg en rijd terug en dan is er inmiddels een inimini plaatsje voor de zaak waar de dames binnen zijn. Ik ga ook Italiaans parkeren: de neus van de auto zo ver mogelijk in dat kleine parkeerplaatsje en wachten tot de auto voor me weg gaat en ik er verder in kan. Het lukt allemaal en ik help een Italiaanse bestuurder, die achteruit die drukke weg op wil rijden, weer terug op de weg. Hij zwaait en roept, dat is natuurlijk leuk, ik hoop ook altijd dat als ik op een onmogelijk stuk moet invoegen, er een aardig iemand stopt die ziet dat je er anders niet opkomt. Heb ik toch nog niet helemaal de Italiaanse manier van autorijden in me.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *