Maandag 17 juni 2019. Van Porto dell’Etna in Riposto terug naar de baai van Taormina.

We gaan na het ontbijt eerst terug naar de grote catamaran in het andere deel van de haven. We peddelen weer samen, Frans repareerde wel de roeidol op de bijboot maar we durfden hem nog niet te gebruiken, bang dat hij er af zou breken. Eerst maar goed laten drogen voor we er echt kracht op zetten. Gisteravond hoorde Frans dat er nog een lat gelijmd moest worden en heeft hij het vastgezet met lijmtangen. We gaan kijken of het vast zit en de lijmtangen er af halen. Alles ziet er prima uit, we peddelen weer terug naar onze steiger.

Gisteravond toen we de laatste keer terug gingen zagen we halverwege iets boven het water uitsteken. Het bewoog een beetje en dichterbij gekomen leek het een vin van een vis. Toen we vlak bij waren zagen we dat het een hele grote barracuda was van zeker 125 cm lang en enorm dik. Hij zwom weg toen we vlak bij waren. Vandaag varen we terug van de catamaran en loopt er een man op de werf, waar we langs komen, met een lange stok met een soort vork er aan, een paar scherpe tanden van 15 cm. De collega’s staan verderop te kijken of het hem gaat lukken, wij blijven ook even kijken, maar uiteindelijk geeft hij het op. We weten zeker dat hij die barracuda wilde vangen, die wij gisteren op bijna dezelfde plaats zagen.

Er zijn nog een paar klusjes voor Frans in de garage die gedaan moeten worden en eigenlijk zijn we een beetje aan het wachten tot de golven wat minder zijn buiten de haven. We hebben de wind bijna pal tegen en als er dan ook nog golven zijn is dat niet prettig. We zijn verder klaar, tanken nog wat water en vertrekken om 13 uur. Het is in het begin van de tocht nog wat onrustig door de golven en af en toe klapt de boot op het water, maar het is niet ernstig. We varen nog een eind van het strand omdat het vlak tegen de kust ondiep is. We kijken met verbazing naar het enorme aantal stukken strand met parasols. We varen langs het stuk strand waar we vaak hebben gelopen en langs de kustweg is een fietspad waar we fietsen. Nu zien we alles in de zomer en blijken er bij elke strandafgang enorme aantallen parasols te staan voor de hotelgasten. We tellen, in het langsvaren, zeker 50 van dat soort terrassen, allemaal heel keurig in rechte rijen en per terras een verschillende kleur parasol. In de loop van de tocht wordt het water steeds rustiger en worden de golven lager. George legt ons weer aan aan “onze” boei en na een uur is het water helemaal vlak.