Maandag 22 juli 2019. De baai bij Taormina, Sicilië.

Het is weer heerlijk warm en zonnig als we opstaan, maar het waait behoorlijk hard. We hebben er op het mooringfield heel weinig last van, maar we kunnen zien dat het buiten op zee behoorlijk te keer gaat. Er staan dikke schuimkoppen op de golven en we zien de boten die naar het noorden varen behoorlijk heen en weer gaan. Verschillende boten die hier vertrekken komen na korte tijd weer terug om aan een boei beter vaarweer af te wachten. Er zijn ook weer een paar grote motorboten die in de loop van de dag komen liggen en zo is het toch weer behoorlijk bezet aan het eind van de dag.

We zwemmen vroeg in de ochtend en Frans gaat nog twee keer om een beetje af te koelen na een paar uur werken. Het water wordt steeds warmer door die lange dagen met veel zon, we raken er ook steeds meer aan gewend dat de eerste paar seconden “koud” aanvoelen. Na de winter in de haven, waar we niet kunnen zwemmen is het een enorme luxe om zo vanaf de boot het water in te kunnen duiken. We hebben geen last meer van kwalletjes, er zijn nu alleen nog heel veel vissen. De kinderen op de boten proberen soms de hele dag om vis te vangen, we hebben nog nooit gezien dat het lukte, ze zijn er wel heel druk mee.

De Etna is intussen weer heel rustig geworden. We zien overdag nauwelijks nog rook uit de krater komen en gisteravond was er nog wel een lavastroom naar beneden te zien, maar niet meer zo breed en lang als we een paar dagen geleden zagen. Wij hebben door deze uitbraak geen Etna-stof op de boot, maar in Riposto is dat wel zo. Daar vallen al een paar dagen zwarte lavadeeltjes naar beneden en kan je elke dag de boot afspuiten. Van deze kant af is goed te zien dat de rook altijd meer die kant op gaat. De eerste dag na de uitbraak is het vliegveld een paar uur gesloten geweest, omdat de stofwolk richting Catania waaide.