Zaterdag 17 augustus 2019. In de baai bij Taormina, Sicilië.

We waren gisternacht/vanmorgen heel vroeg nog wakker en zagen nog steeds vuur tussen de bomen. Donatella heeft gisteravond nog gebeld naar de brandweer, maar ze doen er niets aan. Zo in het donker zie je vlammen, af en toe wat meer en dan weer wat minder. Vanochtend kunnen we zien dat het op de plaats is waar ze gisteren aan het werk waren. Het lijkt of daar een diepe kuil is waar nog vuur in is. Er staan op de helling wat bomen die uit de verte lijken op berken. Daar zijn een behoorlijk aantal van verbrand, bij sommigen is alleen de bast verbrand en lijken de bladeren nog groen. Er staat een bijzondere boom met een grote groene kruin, waar de bast totaal van is verbrand. Hopelijk gaat die het nog redden in de toekomst. Het lijkt ons moeilijk als er nog een paar maanden geen regen valt, maar misschien halen ze het toch.

Er komen hier tamelijk veel toeristenbootjes langs, die naar de grot gaan kijken. Als de boot niet te groot is varen ze ook een stukje naar binnen. Af en toe horen we dan een soort toeter. Ik dacht steeds dat dat was omdat er dan teveel bootjes tegelijk naar binnen wilden of er een bootje juist uit wilde. Maar gisteren zag ik pas waar dat geluid vandaan komt. Er is een jonge man die met een prachtig beschilderd bootje langs vaart met meestal 10 of 15 mensen er in. Hij heeft een grote schelp voor het stuurwiel liggen en daar blaast hij op. Het geluid gaat enorm ver over de baai, we vinden het stukken beter dan de bootjes die met luide muziek varen.

Frans zet me halverwege de ochtend af op de kade, ik ga naar de grote supermarkt met de auto. Op de heenweg zie ik een enorme stoet auto’s me tegemoet rijden. Hopelijk is dat straks wat minder. Ik geniet in de winkel weer even van de airco, het valt tegen als ik weer in de warme auto moet. Op de weg terug kan ik precies 4 minuten gewoon rijden en dan begint de file. Het is een langzaam rijdende- en af en toe stilstaande stroom auto’s waar ik in beland. Het schiet niet erg op, van alle zijwegen proberen auto’s zich in de file te wurmen. Ritsen kennen ze hier niet, ze duwen de neus van de auto gewoon ergens tussen tot iemand hen ruimte geeft om in te voegen. Zeker als het zo langzaam gaat, zit iedereen te bellen, te kletsen met de bijrijder, te roken en niemand let er op de brommers die aan alle kanten langs de auto’s rijden en harder gaan dan de file. Gevaarlijke situaties, er schijnen ook veel ongelukken te gebeuren.

Ik kom uiteindelijk twee uur later dan anders aan op de kade. Het is zaterdag en vakantietijd, na het afzetten van mijn boodschappen kan ik natuurlijk geen parkeerplaats vinden. Als ik net de moed een beetje heb opgegeven zie ik aan het begin van de straat een paar mensen aankomen met strandspullen. In deze straat is ook een hotel, dus ik wacht af of ze daar naar binnen gaan. Gelukkig lopen ze door en stappen een stuk verder in de auto, heb ik toch mooi een plekje voor de auto!