Donderdag 12 maart 2020. Porto dell’Etna, Riposto op Sicilië.

We brengen vanochtend wat onderdelen van het boeienveld van George naar de reparateur. Het is in een dorp ongeveer 5 kilometer van Riposto. We zijn er een paar dagen geleden ook geweest, Frans rijd er bijna rechtstreeks naar toe. We zijn nog steeds niet helemaal gewend aan de Siciliaanse infrastructuur en denken nog vaak, dat als we een zijweg te vroeg inslaan, dat we dan de volgende weg weer terug kunnen rijden, maar dat gaat hier meestal niet op. Als we ergens toch te vroeg zijn afgeslagen blijken we op een steeds smaller weggetje te rijden, dat op een gegeven moment zelfs geen asfalt meer heeft. Er zijn niet veel auto’s op de weg, we hebben geen tegenliggers. Het richtingsgevoel van Frans helpt heel veel en we komen heelhuids op de bestemming aan.

Onderweg zien we dat alle non-food-winkels gesloten zijn en ook de koffietentjes zijn allemaal dicht. Plotseling ziet Frans dat we vlak bij de ijzerwarenwinkel zijn en we draaien de juiste straat in. Alle rolluiken zijn gesloten maar de voordeur is open. Frans kan er de onderdelen kopen die hij besteld had, de winkel is stiekem toch open. Op de terugtocht gaan we langs de supermarkt in Giarre. Helemaal fout natuurlijk, want we mogen zelfs het dorp niet verlaten en Giarre is een andere Gemeente. Maar goed, we hebben in Riposto geen grote supermarkt, en ik denk dat de kleine buurtsuper op de kade niet meer alles heeft wat we nodig hebben. Als we aankomen staan er vier mensen voor de deur te wachten. Als wij ons daar ook opstellen blijkt, dat we in groepjes naar binnen mogen. De hele groep voor ons moet dus buiten zijn voor wij naar binnen kunnen. Het duurt maar 15 minuten en dan kunnen we onze boodschappen bij elkaar zoeken. We hebben er mensen met mega-volle karren uit zien komen en binnen blijkt inderdaad dat de winkel al behoorlijk geplunderd is. We laden onze kar vol met wat extra voorraad. Ik ben bang dat we op een gegeven moment echt niet meer over straat mogen of dat de winkels dusdanig geplunderd zijn, dat we niets meer kunnen krijgen. Het moeilijkst zijn de verse dingen omdat de kwaliteit hier beslist minder is dan we in Nederland gewend zijn. Meestal koop ik fruit voor 3 dagen, maar moet op de laatste dag soms al wat weg gooien wat beschimmeld is. Met groenten is dat nog erger. Als we buiten komen staan er zeker 30 mensen te wachten, iedereen staat ruim uit elkaar omdat we minstens een meter afstand moeten houden. Deze mensen zullen een langere tijd moeten wachten voor ze naar binnen mogen. Als we van Giarre naar Riposto rijden door de winkelstraat zien we inderdaad dat alles dicht is. En zelfs voor de apotheek staat een rij. Als we de kade opdraaien blijkt dat de groenteman en de viswinkels wel open zijn, maar er zijn geen klanten, er loopt niemand op straat.

Woensdag 11 maart 2020. Porto dell’Etna, Riposto op Sicilië.

We hebben ons gisteren heel erg aan de regels gehouden en hebben de boot niet verlaten, behalve om te douchen. Niemand mag zijn huis (in ons geval “boot”) verlaten, behalve als je naar je werk moet of medische zorg nodig hebt. Over boodschappen doen wordt niet veel gezegd.

Maar we zien vanaf de boot auto’s rijden en mensen (zonder mondkapje) lopen op het trottoir buiten de haven. Niet alle mensen trekken zich wat aan van de opgelegde gedragsregels. Er komen in de haven steeds meer aanplakbiljetten met allerlei regels. En alleen de mensen die aan boord wonen mogen nog in de haven zijn en de steiger op. Nu snappen we dat de monteur van de elektriciteitspalen op onze steiger gewoon zijn wek moet doen, maar in de loop van de dag wandelen er diverse mensen op de hoofdsteiger – al dan niet met hond. Het haventerrein is altijd populair bij wandelaars en dat snappen we. Maar nu is het verboden en dan komen er toch mensen, echt Italiaans om je nergens iets van aan te trekken.

We fietsen naar de werkplaats, het is tenslotte het werk van Frans. En zo fietsend komen we niet dicht bij andere mensen, terwijl we lopend een grotere kans hebben om dicht bij anderen te komen. Als we de haveningang uitfietsen, en ik achterom kijk naar de winkels, lijkt het alsof alles open is, de zonneschermen van de viswinkels en de groenteman zijn uitgedraaid, net als anders. Wij hebben nog voor een paar dagen eten aan boord, ik ben dan ook niet gaan kijken of de supermarkt wellicht open is. Na onze lunch fiets ik met Frans mee om de was op te halen. Nu is er echt niemand op straat, we komen ook geen auto’s tegen, maar eigenlijk is dat bijna normaal. Door de lange middagpauze van 13 tot 17 uur, is er anders ook bijna geen verkeer. Doordat we geen contact hebben met de Italianen weten we eigenlijk niet wat de mensen er van vinden. We zijn aangewezen op de nieuwsberichten op de televisie, maar kunnen helaas niet alles volgen. We worden wel op de hoogte gehouden door het Ministerie van Buitenlandse Zaken, zodat we in het Nederlands de details van allerlei maatregelen kunnen lezen.