Woensdag 18 maart 2020. Porto dell’Etna, Riposto op Sicilië.

Het begint natuurlijk een beetje saai te worden zo zonder veel contact met anderen. We kunnen niet even het dorp in lopen…..we mogen niet op de fiets naar Giarre…..we kunnen niet langs de zee wandelen…..of de andere kant op naar het strand….. We zitten echt in quarantaine. Ik bekijk af en toe de kaart van Italië en ontdekte gisteren dat er ten oosten van Napels een klein gebied is, dat rood is gekleurd op de virus-kaart. Het begint dus dichterbij te komen. Misschien is het goed dat we op een eiland zijn, maar er zijn de laatste weken vast wel Italianen uit andere delen van Italië naar Sicilië gereisd. We kunnen er van uit gaan dat het ook hier is. Alleen hopen dat de besmetting door alle voorzorgsmaatregelen beperkt blijft. Om toch maar in beweging te blijven loop ik halverwege de dag weer mijn rondjes in de haven. Op de vaste steiger naar het havenkantoor, dat helemaal in het midden van de haven ligt, en langs de kade en de werf en terug, die twee “lussen” zijn ongeveer een kilometer. Terug vanaf de werf loop ik een stuk langs de muur, die tussen de haven en de straat is. Het trottoir en de weg liggen wat hoger. Heel af en toe lopen daar mensen die van de winkel komen of “gewoon” aan het wandelen zijn. Ik vraag me dan af of die nou allemaal zo’n ingevuld papier bij zich hebben zoals wij voor buiten de haven bij ons hebben, ik betwijfel het. Op een paar punten is het muurtje onderbroken en staat er een hek. Ik voel me een beetje in een gevangenis. Een hek staat ter hoogte van de werf, waar de werkmensen met een grote boog om me heen lopen en allemaal mondkapjes voor hebben. Ondanks alle zeer strenge regels en formulieren hebben we een beetje het gevoel dat de mensen op straat de teugels al weer een beetje laten vieren. Er zijn duidelijk meer auto’s op straat, dat kunnen niet altijd werkende mensen zijn.

Als ik de eerste keer op de vaste steiger richting het havenkantoor loop, kan ik ver richting de bergen in het noorden kijken. De lichte mist van de afgelopen dagen, die tegen de Etna en de bergen hing, is opgetrokken en in de verte zie ik duidelijk een heel stuk zwart geblakerd land. De rand aan de westelijke kant rookt nog stevig, er is daar een grote brand geweest. Ik herinner me dat er twee dagen geleden, toen ik ook wandelde, drie brandweerwagens met gillende sirene langs de haven waren gereden. Die zijn vast daar naar toe geweest. Als ik de tweede keer over de hoofdsteiger loop is er veel meer rook te zien en aan de oostelijke rand van het geblakerde stuk is nu ook veel rook te zien. De brandweer rijdt weer langs, dit ziet er niet goed uit. Het doet me denken aan de keer dat we vorig jaar op het boeienveld lagen en de helling naast ons helemaal afbrandde. Dit is wel erg vroeg in het seizoen. Ze zijn hier gek op vuurtje stoken en verbranden allerlei afval, grote kans dat het daardoor is begonnen.