Vrijdag 8 mei 2020. Porto dell’Etna, Riposto op Sicilië.

De Etna is een paar dagen wat rustiger en, als we deze ochtend vroeg op de steiger lopen om te gaan wandelen, komen er bijna geen stofwolken uit. Wij kunnen vanaf onze boot en op het haventerrein mooi zien of er iets uit de kraters komt. En dan plotseling is er in de middag ineens een dikke witte wolk. En een half uur later komt er uit een andere krater, die iets verder weg aan de andere kant van de vulkaan ligt, ook een stofwolk, die donkergrijs is. Waarschijnlijk is er ook al eerder weer zwarte stof uitgeblazen, want de boot ligt weer onder het gruis. Frans spoelde eergisteren de boot af en had de waterslang nog laten liggen op het dek. Ik spuit rond het middaguur de boot af en zie in het gangboord een hele lading zwart met het water meestromen. Ik doe het toch echt nauwkeurig en vanaf het hoogste gedeelte van de romp, maar als ik klaar ben zie ik het en der nog zwart tussen de wafelstructuur van het dek. Het is net alsof het plakt aan de boot en wegwaaien doet het ook niet. Dit hoort bij het nadeel dat we dicht bij een vulkaan liggen. Maar aan de andere kant fascineert het ons ongelofelijk en is het steeds weer anders. Overdag kunnen we goed zien, dat het soms per uur wisselt of er veel of weinig rook uit de kraters komt. Zeker op een dag dat het zo helder is als vandaag en het bovenste stuk van de vulkaan niet in de wolken zit en daardoor onzichtbaar is voor ons. We zien ook duidelijk dat het profiel van de punt verandert in de tijd dat er uitbarstingen zijn. Er ontstaan zichtbaar andere heuvels en de top ligt na deze winter al 30 meter hoger dan vorig jaar hebben we gelezen. Op die afstand kunnen wij dat niet zien, maar het lijkt ons een behoorlijke berg met zwart gruis, wat er bij is gekomen.

Frans monteert vandaag de banden, die onze nieuwe gordijntjes in de hoeken vast moeten houden als alles open is. Daarna begint hij met het vastzetten van de zit- en rugkussens, die voorzien zijn van nieuwe stof. Het klittenband moet met kit geplakt worden, zodat het niet los raakt. Het is nog een hele klus om het allemaal precies op de goede plek te krijgen. Hij gaat na de lunch nog naar de werkplaats om daar een klus te doen. Morgen maar verder met het klittenband.

We zien steeds meer mensen verschijnen in de haven. Het zijn niet alleen de booteigenaren, maar langzamerhand beginnen de technische werkzaamheden en onderhoud op de diverse boten weer. Er gaan iedere dag wel een paar zeilboten uit- en in- het water en de werf begint met het te water laten van de motorboten, die de hele winter op de kant hebben gestaan. Het geeft weer een beetje reuring en wat geluid om ons heen na tien weken stilte.

We hebben vandaag een heel uitgebreid bericht ontvangen van het Nederlandse Ministerie van Buitenlandse zaken met de regels van dit moment betreffende ‘reizen’. Net als wat we begrijpen van het Italiaanse nieuws mogen we niet naar een andere regio. Dat betekent, dat we bv. niet bij Messina mogen oversteken naar Calabria, maar ook niet naar Catania. Dat soort verplaatsingen zijn alleen voorbehouden aan mensen, die familie willen bezoeken. En voor heel veel andere dingen moet je toestemming vragen aan de plaatselijke autoriteiten. Het hangt dan af van de beoordeling van de ’noodzaak’, wat per regio kan verschillen. En als het lukt om onderweg te gaan, moet je nog afwachten of je weer terug kunt komen naar je woonplaats of zoals wij: de haven waar je boot ligt. We houden ons nog maar even rustig en maken alleen in ons hoofd plannen om ergens naar toe te gaan. Ook ons plan om naar de werf in Crotone te gaan, moet wachten op de toestemming om naar een andere regio te mogen reizen.