Zaterdag 30 mei 2020. Porto dell’Etna, Riposto op Sicilië.

Frans heeft vroeg afgesproken in de werkplaats, ze gaan aan de boeien werken. Misschien dat ze volgende week al mogen opbouwen in de baai bij Taormina. Dan moeten de spullen wel in orde zijn. Er zijn een aantal die schoon gemaakt moeten worden en alles moet nog in elkaar gezet worden. Nog veel werk te doen. Ik heb een afspraak om een vriendin ergens naar toe te brengen met de auto van George. Dat gaat allemaal prima, het is wel druk op de weg omdat het zaterdag is. Maar we zijn dusdanig vroeg dat we nog tijd hebben om bij een kiosk een kop koffie te drinken. Het blijft nog even wennen om overal waar je naar binnen gaat direct je mondkapje op te doen. Er staan gelukkig buiten een paar tafeltjes met overal één stoel om de vereiste afstand te houden. Maar we zitten dan eindelijk weer op een terrasje. Als we terug gaan mis ik de afslag naar een klein weggetje en moeten we omrijden. Het is te druk om de auto te kunnen keren. Beiden vinden we het niet erg, we genieten van de zon en het uitzicht op de Etna, na lange tijd gebonden te zijn geweest aan onze woonplek. Er hangt rond de Etna een dikke zwarte wolk en als Frans en ik later aan het lunchen zijn, wordt het steeds donkerder, ook boven de haven. De voorspelling was dat het aan het eind van de middag een beetje zou regenen. Maar voor in de middag begint het plotseling kort maar hevig te onweren. Eerst lijkt het meer op zee te hangen, even later is het pal boven de haven. Hevige donderslagen en een pikzwarte lucht. Op de buurboot van de zeilvereniging is vanmorgen de eerste ploeg voor instructie uitgevaren. En precies als het begint te regenen gaat de tweede ploeg weg. Na een paar minuten is het niet meer gewoon regenen, maar zijn het zulke dikke druppels, dat de bellen op het water staan. Zo maken we het echt maar weinig mee hier op Sicilië. De aankomende zeilers, die zich voorbereiden op het examen, komen drijfnat terug. We vrezen dat ze niet veel hebben kunnen zeilen, het is windstil.