Woensdag 15 juli 2020. Porto dell’Etna, Riposto op Sicilië.

Frans gaat vandaag met de koper van de boot van onze vriend Peter proefvaren. Eerst varen ze naar de werf om door de kraan uit het water gehesen te worden. Op de afgesproken tijd hangt er nog een andere boot in de kraan waardoor ze eerst een paar rondjes door de haven varen. Dan komt er een teken, dat ze in kunnen varen. De boot blijft in de kraan hangen en wordt aan de onderkant helemaal schoon gespoten, zodat ze alles goed kunnen bekijken. Er worden geen vreemde dingen gezien, alleen hebben ze door het rondvaren al wel gemerkt dat het roer erg zwaar gaat. Ik maak foto’s en fiets naar de buitenkant van de haven als de boot weer in het water gaat. Frans heeft beloofd het zeil snel te hijsen buiten de haven, zodat ik foto’s onder zeil kan maken. Helaas lukt dat niet. Ze hebben wat tijd nodig om alles in orde te maken en dan zijn ze zo ver weg, dat het voor mij geen zin meer heeft om te wachten. Ik kan nu toch geen mooie en duidelijke foto’s meer maken met mijn apparatuur. Ik ga terug naar de haven wat spullen halen, die naar het boeienveld in Taormina moeten. Met een zware tas loop ik naar het treinstation in Giarre. Redelijk snel komt de trein, onderweg bel ik Frans om te horen waar ze zijn. Maar een groot stuk rijdt de trein wat verder van het water en kan ik ze niet zien. In Giardini, waar het kleine haventje is, midden in de baai bij Taormina wordt ik opgehaald met een grote RIB. De zeilboot met de 2 heren is al aan een boei vastgelegd. George praat met hen en dan gaan ze weer terug. Het is nog steeds zonnig en zeer warm. Ik maak me nuttig op de boot van George en heb een heerlijke lunch op de motorboot bij zijn dochter. Terwijl we eten begint het te regenen en al snel is het een vreselijke hoosbui. Frans is vast nog niet terug in de haven van Riposto en later blijkt dat ze erg nat zijn geworden, maar wel een heerlijke tocht hebben gemaakt.