Donderdag 16 juli 2020. Porto dell’Etna, Riposto op Sicilië.

Er viel bij ons, aan de oostkust van Sicilië, gistermiddag en -avond al vreselijk veel regen, maar aan de andere kant van het eiland, in Palermo, was het nog erger. Er viel daar in een paar uur net zo veel regen als anders in een heel jaar. Het is wonderlijk hoe prachtig het weer is als we opstaan. Gisteren waren een paar kussens nat geregend, in minder dan een half uur is alles weer droog. De rest van de dag blijft het heel zonnig en warm.

Ik heb gisteren een paar volle tassen was meegenomen vanaf het boeienveld. Dus is het niet voor onszelf, dan is het wel voor anderen: ik fiets weer 6 keer op en neer naar de werkplaats waar de wasmachine staat. En dat fietsen valt niet mee bij deze hitte door het hoogteverschil wat we moeten overbruggen. De straat, waar de werkplaats aan ligt, gaat steil omhoog. Er zijn Canadese mensen terug gekomen bij hun motorboot. We zagen ze gisteren al lopen en vandaag hoor ik dat ze vast hebben gezeten in Porto gedurende de lockdown. Ze mochten niet weg uit Portugal en konden niet naar hun boot in Italië reizen. Gisteren ontdekten ze dat iemand de elektriciteit heeft uitgezet op hun boot. Ze zijn nu bang dat de accu’s niet meer goed zijn en vragen of Frans ze na wil meten. Het blijkt wel mee te vallen en hopelijk is alles in orde. Zondag zal Frans echt alles uitzetten, dan gaan ze terug naar Porto en de boot gaat op de werf op de kant. Voor heel veel mensen gaat het allemaal anders met hun boot dan dat ze vooraf bedacht hadden. Er staan op de werf nog steeds een aantal boten die daar anders in de zomer nooit staan. En ook hier aan de steigers liggen diverse boten waarvan de eigenaren deze zomer nog niet hier zijn geweest. Naast ons ligt een Nederlandse boot en daarnaast een Noorse-. Maar ook bij boten van Italianen blijft het soms akelig stil.