Vrijdag 17 juli 2020. Porto dell’Etna, Riposto op Sicilië.

We hebben een beetje ‘rommelige’ dag vandaag. Ik heb een afspraak met een vriendin om met haar naar de Gemeente in Giarre te gaan. Ze was daar 14 dagen terug om iets te regelen en moet vandaag terug komen om papieren te tekenen. Vorige keer is ze lopend gegaan en moest halverwege water kopen omdat de wandeling omhoog in de hitte erg zwaar was. Ik heb de auto van George en heb beloofd haar op te halen en met haar naar Giarre te rijden. Het is in de auto evengoed heel erg warm, maar dan heb je de inspanning van het lopen in de brandende zon niet. We parkeren en lopen naar het kantoor waar ze moet zijn. Normaal ligt daar een lijst waar je op intekent zodat je in de goede volgorde aan de beurt bent. Er is vandaag geen lijst, we wachten in de schaduw aan de overkant van het pand. Als de deur open gaat en we binnen kunnen plaats nemen blijkt dat er twee nummertjesautomaten hangen, maar die zijn niet gevuld, de elektronische teller doet het wel. Een dame noteert wat namen, maar in de verkeerde volgorde en uiteindelijk gaat mijn vriendin maar in de deuropening van het kantoor staan. Er zijn al drie mensen vóór gegaan die later binnen kwamen. We wachten meer dan een uur, inmiddels heb ik de parkeermeter al bijgevuld, we staan voor het politiebureau en de agenten zijn nogal fanatiek met bekeuren. Eindelijk is ze aan de beurt en zet haar handtekening op de vereiste papieren. De reactie van de overheid duurt vier weken. Het is weer allemaal Italiaans zoals het gaat. We kunnen nu verder ook niets doen en wachten af. We drinken op een heerlijk terras koffie met een croissantje en zijn al snel de trage overheid vergeten.

Frans is ondertussen op de boot van Peter aan het klussen, omdat het roer gisteren nogal zwaar loopt. Hij dacht het even te fixen, maar als ik terug kom en alle boodschappen heb gedaan in Giarre, blijkt het toch een grotere klus, dan hij vanochtend dacht. Hij besluit om het gereedschap op te ruimen en morgen verder te gaan.