Woensdag 22 juli 2020. Porto dell’Etna, Riposto op Sicilië.

We hebben vandaag weer een beetje een ‘verhuisdag’. Wíj gaan zeker niet verhuizen, maar George wil spullen van de ene garage naar de andere- verplaatst hebben. We hebben beloofd, dat voor hem te doen en dan moet je het ook uitvoeren, ook al is het zo warm als vandaag. Het sjouwen en verzamelen in de garage gaat nog wel, het is in een kelder. Ook het bestelbusje kunnen we daar in rijden. Maar dan een paar kilometer rijden, terwijl de airco van de auto nog steeds warme lucht blaast, dat valt ons zwaar. Als we de tweede lading in het busje hebben gestapeld komt George met de andere auto en neemt het busje van ons over. Er moeten spullen naar Taormina, waar ook zijn boeienveld is. Wij hoeven niet meer uit te laden. We hebben medelijden met de mensen die dat moeten doen voor George, want Frans heeft het er keurig in gestapeld, maar er was ook meubilair bij, en uiteindelijk hebben we nog wat losse spullen overal tussen geduwd en bovenop gegooid omdat de laadruimte echt bijna vol was. We gaan terug naar de boot en hebben een uur nodig om een beetje bij te komen.

Frans is gisteren begonnen met het opnieuw monteren van een klein luik, wat boven de bank zit. Het lekte als het hard regent en we hebben heel veel water gehad de afgelopen week. Dat lekken werd natuurlijk steeds erger, hij wil nu echt alles opnieuw monteren en kitten. Ik maak extra schaduw met een wit laken, maar evengoed is het smoorheet. Af en toe zitten we even in de kuip, maar dat levert weinig verkoeling op. Er is zo weinig luchtverplaatsing, dat ook in de schaduw de temperatuur enorm op loopt. Om 18 uur vindt hij het genoeg, morgen verder. Ondertussen heb ik eten gekookt, dat was ook geen pleziertje. Doordat er geen ventilatie is door alle hitte loopt de temperatuur bij een hete braadpan nog veel verder op binnen. Maar we mogen niet mopperen, op een regenachtige dag in de lockdown-periode hebben we vreselijk verlangd naar een beetje zon en warmte.